Uitwissen, uitwissingen en gendered islamophobia.

Op zaterdag 19 januari vond het jaarlijkse Islamofobie symposium plaatst, dat o.a. werd georganiseerd door professor antropologie en religiestudies Martijn de Koning, activist bij Emcemo Abdou Menebhi, de Universiteit van Amsterdam en de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens het symposium heb ik de volgende toespraak gehouden. (NB: Het is toegestaan deze toespraak te delen via e-mail en sociale media, maar voor publicatie op websites is mijn voorafgaande, expliciete toestemming vereist)

Uitwissingen, uitwissen en gendered islamophobia.

Bismillahirrahmanirrahim
Ini a nen fu Gado, a moro Bun Fasi Wan, a moro Sari Ati Wan
In de naam van God, de Barmhartige Erbarmer

Laat ik mijn voordracht beginnen met een woord van dank aan de organisatoren van dit evenement, te weten de heer De Koning, de heer Menebhi en uiteraard de Stichting tegen Islamofobie en Discriminatie en Emcemo.

Het is mij een groot genoegen om te spreken op dit mijns inziens zeer noodzakelijke evenement.

Meer dan ooit ervaart men wereldwijd de urgentie van het onderwerp islamofobie. Men hoeft maar de krant open te slaan om getuige te zijn van islamofobie in al haar manifestaties, variërend van de retoriek van Geert Wilders, tot aanslagen op moskeeën, tot het debat in de Balie waarin deportatie van moslims werd bediscussieerd, of het NRC-artikel van Hafid Bouazza waarin Arabische moslimmannen werden aangeduid als “zandnegers” en “scrotumkoppen”.

Ondanks al deze evidente voorbeelden, bestaan er nog steeds veel misvattingen over islamofobie, een onderwerp waar de heer De Koning ook over heeft geschreven. Zo wordt het bestaan van islamofobie vaak ontkend, of denkt men bij islamofobie alleen aan de meest extreme voorbeelden, zoals de retoriek van Wilders, of aanvallen en terroristische aanslagen.

De overeenkomst tussen de perceptie van islamofobie en racisme is in dit verband opvallend. Zowel racisme als islamofobie zijn vormen van discriminatie die vaak ontkend worden, of waarbij alleen aan de meest extreme voorbeelden wordt gedacht.

En waar racisme gebaseerd is op het concept van ras, wat een sociaal construct is, zonder enige basis in de wetenschap –ik zeg weleens “ras bestaat niet, racisme wel” – is islamofobie gebaseerd op het feit of de aanname dat iemand moslim is, waaraan vervolgens allerlei negatieve stereotypen worden verbonden.

Islamofobie

Hierbij kom ik bij mijn tweede punt, nl. Dat er net zo veel misvattingen zijn over islamofobie als er zijn over moslims. Er zijn bepaalde ideeën en beelden over wat een moslim is en hoe een moslim eruitziet, die vaak niet kloppen met de werkelijkheid.

Zo worden islam en moslims vaak exclusief verbonden met Arabisch-sprekende mensen, culturen en landen. De realiteit is echter dat Indonesië en Pakistan de twee grootste moslimlanden zijn en dat mensen die wonen in Arabische landen maar ongeveer 20% van de moslims uitmaken. Als men er rekening mee zou houden dat er in een aantal landen die als Arabisch beschouwd worden ook veel niet-Arabieren wonen, zoals bijvoorbeeld de Imazighen in de Maghreb en de Nubiërs in Egypte, dan zou dit percentage nog lager komen te liggen.

Ook worden moslims vaak voorgesteld als een monolitisch blok, die allemaal praktiserend, en dan uiteraard conservatief praktiserend, zouden zijn.

De werkelijkheid is, dat er allerlei manieren en varianten zijn van hoe moslims zich verhouden tot hun religie, en wat praktiseren inhoudt, en voor wie.

Zo zijn er moslims die (af en toe) alcohol drinken en op de kleine bedevaart zijn geweest en/of naar het vrijdaggebed gaan, en/of de moskee bezoeken in de maand Ramadan.

Ook zijn er moslimvrouwen die een hoofddoek dragen en niet bidden, moslimvrouwen die geen hoofddoek dragen, uitgaan en bidden en moslimvrouwen die professionele zangeressen en/of danseressen zijn binnen volks- en klassieke muziekstijlen in moslimlanden en zeer vroom praktiserend zijn, en alle varianten die je je kunt bedenken.

Andere bekende stereotypen zijn dat moslims alleen maar cishet zijn, gewelddadig zijn, antisemitisch zijn, seksistisch zijn, etc.

Opvallend is dat ook veel van deze vooroordelen gendered zijn: Waar bijvoorbeekd aan islamitische vrouwen, zeker als ze gesluierd zijn, seksloosheid wordt toegeschreven, wordt, aan met name cishet Marokkaanse en Arabische moslimmannen, hyperseksualiteit toegeschreven – net zoals aan zwarte mannen van alle etniciteiten, nationaliteiten en religies.

Deze stereotypen zijn niet alleen negatief en schadelijk, maar vormen ook een uitwissing van de vele moslims die niet aan dit beeld voldoen.

Waarbij ik kom op het hoofdonderwerp van mijn voordracht: Uitwissen en uitwissingen. Hoe worden sommige moslims door voornoemde vooroordelen uitgewist en hoe wissen moslims en zij die als moslims beschouwd worden, zichzelf uit onder druk van islamofobie?

Een mooi voorbeeld hiervan luidt als volgt. De Afro-Amerikaanse antropologe, schrijfster, activiste en hoogleraar Suad Abdul Khabeer gebruikt in een van haar eerste lessen aan de universiteit altijd het volgende voorbeeld.

Ze laat een foto zien van twee Amerikaanse cabaretiers, te weten de Indo-Pakistaanse Aziz Ansari en de Afro-Amerikaanse Dave Chapelle.

Vervolgens vraagt zij aan haar studenten wie van beiden ze denken dat moslim is.

Bijna alle studenten kiezen voor Aziz Ansari. De realiteit is echter dat Aziz Ansari, alhoewel zijn familie en/of voorouders waarschijnlijk moslims zijn, geen moslim is en zich ook nooit als zodanig heeft geïdentificeerd.

Dave Chapelle, daarentegen, is al twintig praktiserend moslim en heeft daar ook nooit een geheim van gemaakt.

Maar omdat Aziz Ansari bruin is, een migratie-achtergrond en een Arabische naam heeft, wordt hij beschouwd als moslim, terwijl hij dat niet is, en Dave Chapelle uitgewist als moslim, terwijl hij dat wel is.

Dit is met name veelzeggend –en ironisch- in de context van islam in de V.S. De islam kwam naar de Amerika’s op de slavenschepen. Tot slaaf gemaakte West-Afrikanen waren de eerste moslims in de Amerika’s. Minstens 11 en wellicht 33% van de slaafgemaakten was moslim.

Thans zijn de Afro-Amerikanen de grootste aparte etnische groep moslims, maar dit wordt zelden herkend of erkend. Zij worden nog minder vaak beschouwd als het gezicht van de islam, of aanspraak makende op enige autoriteit en/of authenticiteit, zowel van de kant van de witte samenleving als van de kant van niet-zwarte moslims van kleur met een migratie-achtergrond.

Het volgende voorbeeld is mijns inziens tevens veelzeggend. Het is te lezen in het boek Inside the Gender Jihad door de Afro-Amerikaanse islamgeleerde, islamitisch feministe, schrijfster, activiste en emerita hoogleraar islamitische studies Amina Wadud.

Ten tijde van het incident was zij hoogleraar in Richmond, Virginia en droeg zij buitenshuis altijd een hoofddoek. Na de aanslagen van 11 september kreeg zij te maken met islamofobe intimidatie op straat, vanwege haar hoofddoek. Uit angst voor verdere intimidatie en geweld, deed ze haar hoofddoek af en bond later haar hoofddoek op een manier die door de meeste witte niet-moslims aldaar niet als islamitisch werd beschouwd.

Ook werd zij, als ze per vliegtuig internationaal reisde, vaak ertussenuit genomen voor “willekeurige” veiligheidschecks.

Verder gebeurde het volgende. Amina Wadud werd door een organisatie benaderd om te komen spreken over 11 september en de gevolgen ervan. De organisatie wilde een vrouwelijk perspectief, aangezien zowel de aanvallen, als de reacties erop, zowel politiek-militair als in de media, exclusief werden gepleegd/gegeven door mannen.

Toen zij echter vertelde dat zij Afro-Amerikaans was, mocht ze niet meer meedoen, omdat de organisatie slechts Midden-Oosterse vrouwen wilde.

Niet alleen werd professor Wadud dus gedwongen zich uit te wissen uit angst voor islamofoob geweld, maar zij werd ook uitgewist als moslim.

Kayla Renee Wheeler, een Afro-Amerikaanse moslima en hoogleraar, vertelde onlangs op Twitter dat zij, als zij per vliegtuig reist, nooit haar Koran meeneemt.

Voornoemde uitwissingen kunnen dus zowel komen van niet-moslims als van onszelf, als strategie om te (over)leven.

Dit treft vrouwen extra zwaar, omdat de overgrote slachtoffers van islamofobie en islamofoob geweld in de publieke ruimte, (gesluierde) vrouwen zijn.

Het is in voornoemde context dan ook geen toeval dat professor Wadud en professor Wheeler vrouwen zijn.

Nu een voorbeeld uit de Nederlandse context. Ik ben geboren en opgegroeid in de Amsterdamse Bijlmer. Deze buurt heeft een vrij grote Pakistaanse gemeenschap, onder wie zowel moslims als sikhs. In het straatbeeld in de jaren ’90 waren er veel als sikh herkenbare mannen te zien: Zij droegen een tulband, baard, en zilveren armband. De Pakistaanse vrouwen die hoofddoeken droegen, droegen hem allemaal op dezelfde manier: Een kleurige, soms doorschijnende dupatta die een groot deel van hun lange haar liet zien.

Zowel Pakistaanse moslimvrouwen als Pakistaanse sikh-vrouwen droegen hun hoofddoek dus zo. Fast forward naar 2020: In het Bijlmerse straatbeeld zie je zelden nog als sikh herkenbare mannen, en sikh-vrouwen zijn hun hoofddoek totaal verschillend gaan binden dan de moslimvrouwen.

Nu is bekend dat sikhs wereldwijd vaak het slachtoffer zijn van islamofobie, omdat ze voor moslims worden aangezien, terwijl ze het niet zijn. Ook zij worden dus gedwongen zichzelf uit te wissen.

Mijns inziens moeten we naar een Nederland en een wereld, waarin niemand zichzelf hoeft uit te wissen uit angst voor geweld of vervolging. Ik dank u voor de aandacht.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s